Gedragscode

Gedragscode (6)
CBPweb.nl ColleGedragscode voor particuliere recherchebureaus

Nadere invulling van de informatieplicht voor particuliere recherchebureaus

Uitspraak, 23 mei 2006
Privacygedragscode sector particuliere onderzoeksbureaus van de Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties (VPB)

13 januari 2004, Staatscourant 2004, nr. 7 PRIVACYGEDRAGSCODE SECTOR
PARTICULIERE ONDERZOEKSBUREAUS
van de
Vereniging van Particuliere
Beveiligingsorganisaties
Versie 6 mei 2009
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
Klik hier om de gedragscode in te zien.

INHOUDSOPGAVE
1 Overwegingen 1
2 Doel en werkingssfeer gedragscode 2
3 Begripsbepalingen 4
4 Omschrijving van de sector 8
4.1 De sector particuliere onderzoeksbureaus 8
4.2 Opdrachtgevers van de sector particuliere onderzoeksbureaus 9
4.3 Opdrachten- c.q. voorvallenregistratie en de toepasselijkheid van de WBP 10
5 Algemene principes van gegevensverwerking 12
5.1 In overeenstemming met de wet (uitwerking artikel 6 WBP) 12
5.2 Doeleinden van verwerking van persoonsgegevens (uitwerking artikel 7 WBP) 12
5.3 Grondslag voor de gegevensverwerking (uitwerking artikel 8 WBP) 15
5.4 Verenigbaarheid (uitwerking artikel 9 WBP) 17
5.5 Bewaartermijn (uitwerking artikel 10 WBP) 19
5.6 Niet meer dan nodig (uitwerking artikel 11 WBP) 21
5.7 Geheimhoudingsplicht (uitwerking artikel 12 WBP) 21
5.8 Beveiligingsplicht (uitwerking artikel 13 WBP) 22
6 Bijzondere persoonsgegevens 24
7 Methoden van gegevensvergaring 26
7.1 Algemene normering onderzoeksmethoden en -middelen 27
7.2 Betreden van niet openbare (besloten) plaatsen 28
7.3 Interviewen van personen 29
7.4 Observatie 32
7.5 Heimelijke observatie door middel van camera’s 33
7.6 Onderzoek in geautomatiseerde voorzieningen 36
7.7 Vertrouwelijke communicatie 37
7.8 Proefaankoop en pseudoklant 39
7.9 Vastlegging van gehanteerde onderzoeksmethoden en –middelen 41
8 Informatieverstrekking aan de onderzochte perso(o)n(en) 42
8.1 Informatieverstrekking aan de onderzochte persoon (uitwerking artikel 33, 34 en 43
WBP) 42
9 Rechten van de onderzochte perso(o)n(en) 46
9.1 Mededelingen uit de opdrachten- c.q voorvallenregistratie (uitwerking artikel 35 en 43
WBP) 46
9.2 Correctie en verwijdering (uitwerking artikel 36 WBP) 47
9.3 Recht van verzet (uitwerking van artikel 40 WBP) 48
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
10 Gegevensverkeer met landen buiten de Europese Unie 49
11 Geschillenbeslechting respectievelijk verzoeken bij het CBP en de rechter 50
12 Naleving gedragscode 51
13 Openbaarheid gedragscode 52
14 Wijzigingen gedragscode 52
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
1
1 Overwegingen
1.1 Particuliere onderzoeksbureaus houden zich op commerciële basis bezig met het verrichten van
feitenonderzoek in zaken met een privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke of strafrechtelijke
achtergrond. Voor een belangrijk deel heeft dit onderzoek als doel het verzamelen van materiaal dat
als bewijs kan dienen in een gerechtelijke procedure. Voor een ander deel is het doel het verzamelen
van gegevens die van belang zijn voor opdrachtgevers bij het nemen van (pre)contractuele
beslissingen;
1.2 Het handelen van particuliere onderzoeksbureaus moet in overeenstemming zijn met hetgeen van
een particulier onderzoeksbureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht. Deze norm
is voor particuliere onderzoeksbureaus expliciet vastgelegd in artikel 14 aanhef en onder e van de
Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna te noemen: Wpbr). Naast deze
specifieke voor particuliere onderzoeksbureaus geldende norm gelden ook de algemeen geldende
normen van zorgvuldig (maatschappelijk) handelen of nalaten zoals die zijn vastgelegd in artikel
6:162 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet Bescherming Persoonsgegevens (hierna te noemen:
WBP);
1.3 Particuliere onderzoeksbureaus hebben enerzijds te maken met de belangen van de opdrachtgever en
anderzijds met de belangen van de onderzochte perso(o)n(en). De belangen van de laatste(n) zullen
doorgaans anders liggen dan de belangen van de opdrachtgever. Het feitenonderzoek maakt in
voorkomende gevallen in meer of mindere mate inbreuk op grondrechten van de onderzochte
perso(o)n(en);
1.4 Particuliere onderzoeksbureaus verwerken in het kader van hun bedrijfsvoering persoonsgegevens en
vinden het belangrijk dat met die persoonsgegevens zorgvuldig wordt omgegaan en dat deze
persoonsgegevens vertrouwelijk worden behandeld;
1.5 De WBP waarborgt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen met
betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
1.6 De WBP bepaalt dat de verantwoordelijke zijn geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking
van persoonsgegevens moet melden bij het College Bescherming Persoonsgegevens (hierna te
noemen: CBP). Indien sprake is van heimelijke waarneming stelt het CBP op basis van de melding
een voorafgaand onderzoek in. Particuliere onderzoeksbureaus verwerken als verantwoordelijke als
regel persoonsgegevens van onderzochte personen op grond van eigen waarneming zonder dat deze
daarvan noodzakelijkerwijs voorafgaand aan de verwerking op de hoogte zijn gesteld. Deze
meldingsplicht gevolgd door een voorafgaand onderzoek geldt eveneens voor een niet
geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (bestand) indien van dergelijke heimelijke
waarneming sprake is;
1.7 In het kader van hun opdracht maken particuliere onderzoeksbureaus gebruik van diverse
onderzoeksmethoden en –middelen. Aan de algemeen geldende wetten, de bestaande jurisprudentie
en achtergrondstudies van het CBP kunnen normen worden ontleend over wat wel of niet is
toegestaan. Hoewel deze normen richtinggevend zijn voor wat wel of niet is toegestaan, zijn deze
normen over het algemeen onvoldoende specifiek voor de sector particuliere onderzoeksbureaus;
1.8 Een particulier onderzoeksbureau wordt als verantwoordelijke aangemerkt in de zin van de WBP en
kan in rechte worden aangesproken op hun handelen of nalaten door personen die van mening zijn
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
2
dat jegens hen onrechtmatig is gehandeld, dit onverlet de eventuele aansprakelijkheid van de
opdrachtgever in geval van onzorgvuldig handelen of nalaten door een particulier onderzoeksbureau.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
2
2 Doel en werkingssfeer gedragscode
De gedragscode:
· Is bindend voor advies-, recherche- en schadeonderzoeksbureaus die lid zijn van de
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties (hierna te noemen: VPB). De
gedragscode bevat richtlijnen hoe in juridische zin moet worden omgegaan met
persoonsgegevens die in het kader van de dienstverlening aan opdrachtgevers verwerkt
worden;
· draagt bij aan de doorzichtigheid van door de sector particuliere onderzoeksbureaus
gehanteerde onderzoeksmethoden en in te zetten onderzoeksmiddelen;
· geeft aan wanneer de onderzochte persoon op de hoogte gesteld wordt van het feit dat
tegen hem/haar een onderzoek is/wordt ingesteld en wat aan de onderzochte persoon
wordt medegedeeld;
· biedt aanknopingspunten voor het CBP om te beoordelen of de verwerking van de
persoonsgegevens door de sector particuliere onderzoeksbureaus volgens de geldende
wet- en regelgeving geschiedt.
Op basis van artikel 25 WBP heeft de VPB aan het CBP gevraagd te beoordelen of deze
gedragscode een juiste uitwerking van de WBP en/of andere wettelijke bepalingen vormt, voor
wat betreft de verwerking van persoonsgegevens door particuliere onderzoeksbureaus.
De VPB is een representatieve werkgeversorganisatie, waarin bedrijven zijn aangesloten die
vallen onder de werkingssfeer van de Wpbr. Onder de Wpbr vallen beveiligingsbedrijven,
bedrijfsbeveiligingsdiensten, particuliere alarmcentrales, geld- en waardetransportbedrijven en
particuliere onderzoeksbureaus. De VPB is een voortzetting in ruimer verband van de in 1939
opgerichte vereniging van nachtveiligheidsdiensten en bewakingsbedrijven. De VPB is de
representant in alle overheids- en bedrijfsorganen die met beveiliging te maken hebben. De leden
zijn, afhankelijk van hun bedrijfsactiviteiten, onderverdeeld in de volgende secties:
- manbewaking;
- geld- en waardetransporteurs;
- particuliere onderzoeksbureaus.
Qua aantallen medewerkers die in dienst zijn van particuliere onderzoeksbureaus die lid zijn van
de VPB en die een vergunning hebben als recherchebureau van het Ministerie van Justitie,
vertegenwoordigde de VPB in 2002 40% van het aantal medewerkers van de recherchebureaus
waarvoor de Minister van Justitie een vergunning heeft afgegeven. Er zijn geen andere
brancheverenigingen of overkoepelende organen die de belangen van particuliere
onderzoeksbureaus behartigen.
Voor de privacygedragscode geldt als uitgangspunt dat zij van toepassing is op de sectie
particuliere onderzoeksbureaus van de VPB voor zover de particuliere onderzoeksbureaus een
vergunning hebben als recherchebureau in de zin van artikel 1 lid 1 aanhef en onder f van de
Wpbr. Bij de beoordeling van de vraag of recherchewerkzaamheden worden verricht zijn de
feitelijke werkzaamheden die worden verricht bepalend. De sectie particuliere
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
3
onderzoeksbureaus van de VPB, in deze gedragscode verder te noemen sector particuliere
onderzoeksbureaus, telt 32 leden.
Voor de periode van 13 januari 2004 – 13 januari 2009 heeft het CBP geoordeeld dat de in de
privacygedragscode opgenomen regels, gelet op de bijzondere kenmerken van de sector
particuliere onderzoeksbureaus, een juiste uitwerking vormen van de WBP of van andere
wettelijke bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens.
Door een besluit van de Minister van Justitie bindt de privacygedragscode niet alleen de bij de
VPB aangesloten particuliere onderzoeksbureaus. De Minister van Justitie heeft op 1 juni 2004 in
artikel 23a van de Regeling Particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus bepaald dat
recherchebureaus die geen lid zijn van de VPB een privacygedragscode moeten hebben die
identiek is aan die van de VPB. De privacygedragscode is daarmee algemeen verbindend
verklaard voor alle particulier onderzoeksbureaus die een vergunning behoeven als bedoeld in de
Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
Ook buiten recherchebureaus worden recherchewerkzaamheden verricht door andere personen en
organisaties. Daarbij kan gedacht worden aan bedrijfsrecherche- cq. onderzoeksafdelingen van
bedrijven, overheidsinstellingen (bureaus interne veiligheid of integriteit) en zelfstandige
bestuursorganen. Voor de recherchewerkzaamheden van deze interne onderzoeksafdelingen kan
de privacygedragscode een adequate normering bieden. Er worden immers (abstracte) bepalingen
uit de WBP geconcretiseerd, waardoor duidelijker wordt hoe deze organisaties zich dienen te
gedragen. Het geeft deze organisaties een hoge mate van zekerheid over wetconform handelen.
Met het oog op het afgeven van een nieuwe goedkeurende verklaring door het CBP heeft de VPB
in 2008 de privacygedragscode kritisch bekeken op toepasbaarheid, werking en actualiteit. Op
basis daarvan is een aantal wijzingen aangebracht om de privacygedragscode nog beter te doen
aansluiten bij de praktijk en de juridische actualiteit van het particulier onderzoek. Het CBP heeft
de verbeterde privacygedragscode opnieuw beoordeeld en op 21 oktober 2009 verklaard dat de in
de privacygedragscode opgenomen regels, gelet op de bijzondere kenmerken van de sector
particuliere onderzoeksbureaus, een juiste uitwerking vormen van de WBP of van andere
wettelijke bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens. De verklaring van het
CBP is gepubliceerd in de Staatscourant van 28 oktober 2009.
De gedragscode geldt van 21 oktober 2009 tot uiterlijk 21 oktober 2014.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
4
3 Begripsbepalingen
In deze gedragscode wordt verstaan onder:
Achtergrondonderzoeken: de aanduiding van het type onderzoek, dat zich richt op het
vaststellen van de achtergrond van natuurlijke personen (zoals
sollicitanten, klanten en zakenpartners) en rechtspersonen,
waarmee de opdrachtgever voornemens is om een contractuele
relatie aan te gaan of te behouden. Achtergrondonderzoeken (in
het Engels “backgroundscreening”) kennen verschillende
verschijningsvormen, waaronder het pre employment-onderzoek.
Vaak is een antecedentenonderzoek onderdeel van het achtergrondonderzoek;
Antecedenten: gegevens uit de opdrachten- c.q voorvallenregistratie die aan
opdrachtgevers van achtergrondonderzoeken verstrekt worden:
de aanduiding van de aard van het onderzoek dat jegens de
onderzochte persoon is ingesteld, de data en/of de periode
waarin het onderzochte voorval zich heeft afgespeeld, het
resultaat van het onderzoek, indien mogelijk het standpunt van
de onderzochte persoon over de gedraging en voor zover bekend
de maatregelen die de opdrachtgever naar aanleiding van de
onderzoeksrapportage van het particulier onderzoeksbureau
heeft genomen, alsmede - voor zover bekend - de stand van
zaken dan wel de uitkomst van een procedure naar aanleiding
van het voorval;
Bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit
geheel van gegevens gecentraliseerd of verspreid is op een
functioneel of geografisch bepaalde wijze, dat volgens bepaalde
criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende
personen (artikel 1 lid 1 aanhef en onder c WBP);
Bijzondere
persoonsgegevens: persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging,
ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele
leven, het lidmaatschap van een vakvereniging alsmede
strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over
onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd
verbod naar aanleiding van dat gedrag (artikel 16 WBP);
Interview: een gesprek van een of meer particuliere onderzoekers met een
persoon met het doel om aanwijzingen te vergaren over de al dan
niet vermeende betrokkenheid van deze persoon of een derde bij
een te onderzoeken gedraging of om informatie te vergaren over
iemand in het kader van achtergrondonderzoeken;
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
5
Observatie: een methode van gegevensvergaring, waarbij bepaalde personen
en/of objecten en/of situaties al dan niet met technische
hulpmiddelen worden gadegeslagen ten einde informatie te
vergaren;
Onderzochte persoon: een natuurlijke persoon die als subject van onderzoek betrokken
is of is geweest bij een onderzoeksopdracht dat een particulier
onderzoeksbureau in behandeling heeft of heeft gehad. Deze
persoon wordt aangemerkt als ‘betrokkene’ in de zin van artikel
1 aanhef en onder f van de WBP;
Ontvanger: degene aan wie de persoonsgegevens worden verstrekt (in de zin
van artikel 1 aanhef en onder h WBP). In ieder geval zal de
opdrachtgever in de regel ontvanger zijn.
Opdrachten- c.q.
voorvallenregistratie: het geheel van opdrachten c.q. voorvallen die in behandeling zijn
of zijn geweest van een particulier onderzoeksbureau en die al
dan niet geautomatiseerd volgens bepaalde criteria toegankelijk
zijn;
Opdrachtgever: degene voor wie een particulier onderzoeksbureau recherchewerkzaamheden
verricht of verricht heeft in verband met een
eigen belang van deze of een derde, waarbij de recherchewerkzaamheden
betrekking hebben op een (of meer) bepaalde
natuurlijke en/of (rechts)pers(o)on(en);
Particulier onderzoeker: een medewerker van een particulier onderzoeksbureau die
recherchewerkzaamheden uitvoert;
Particulier onderzoeksbureau:
een recherchebureau of een andere organisatie dat/die recherchewerkzaamheden
uitvoert;
Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare
natuurlijke persoon (artikel 1 aanhef en onder a WBP);
Pre employmentonderzoek: het onderzoek dat in opdracht van een werkgever wordt
ingesteld, alvorens deze een dienstbetrekking aangaat met een
sollicitant, dan wel een persoon in diens bedrijf werkzaamheden
laat verrichten. Een pre employmentonderzoek kan onder meer
bestaan uit het controleren van identiteitsgegevens, het
controleren van woonadresgegevens, het verifiëren van het
opgegeven arbeidsverleden, het raadplegen van openbare
bronnen (zoals de bestanden van de Kamer van Koophandel en
Fabrieken en het Kadaster), het controleren van de echtheid van
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
6
diploma’s en getuigschriften, het interviewen van voormalige
werkgevers, referenten en andere personen, waaronder de
sollicitant zelf en het instellen van een antecedentenonderzoek.
De omvang van het onderzoek door het particulier onderzoeksbureau
wordt afgestemd met de opdrachtgever;
Recherchebureau: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening
van een beroep of bedrijf met winstoogmerk recherchewerkzaamheden
verricht, voor zover die werkzaamheden worden
verricht op verzoek van een derde, in verband met een eigen
belang van deze derde en betrekking hebben op een of meer
bepaalde natuurlijke personen (artikel 1 lid 1 aanhef en onder f
Wpbr);
Recherchewerkzaamheden: het vergaren en analyseren van gegevens als bedoeld in artikel 1
lid 1 aanhef en onder e Wpbr;
Strafrechtelijke
persoonsgegevens: gegevens die betrekking hebben op zowel veroordelingen als op
min of meer gegronde verdenkingen van strafbare feiten,
alsmede gegevens omtrent de toepassing van het formele
strafrecht. Veroordelingen betreffen gegevens waarbij de rechter,
al dan niet onherroepelijk, strafrechtelijk gedrag heeft
vastgesteld. Bij min of meer gegronde verdenkingen gaat het om
concrete aanwijzingen dat iemand zich schuldig heeft gemaakt
aan een strafbaar feit. Bij gegevens omtrent de toepassing van
het formele strafrecht kan gedacht worden aan het gegeven dat
iemand gearresteerd is of dat tegen hem proces-verbaal is
opgemaakt wegens een bepaald vergrijp;
Verantwoordelijke: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het
bestuursorgaan dat, alleen of te samen met anderen, het doel van
en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens
vaststelt (artikel 1 aanhef en onder d WBP). In het kader van
deze gedragscode is dat het particulier onderzoeksbureau;
Vertrouwelijke
communicatie: de uitwisseling van berichten en gegevens tussen twee of meer
personen, waarbij de bij de gegevens- en berichtenuitwisseling
betrokken personen de verwachting hebben dat hun
communicatie niet door anderen wordt opgenomen, afgeluisterd
en/of wordt ingezien of dat anderen daarvan op andere wijze
kennis van nemen. Onder vertrouwelijke communicatie valt
bijvoorbeeld een in beslotenheid gevoerd gesprek, berichtenuitwisseling
via e-mail of gesprekken die over de telefoon
gevoerd worden. Het opnemen van vertrouwelijke communicatie
houdt in het opnemen van die woorden of signalen die worden
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
7
uitgewisseld. Het houdt niet in het maken van afbeeldingen van
personen die een gesprek voeren, zonder dat het gesprek wordt
opgenomen of opgevangen;
Verwerking van
persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot
persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen,
vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen,
raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van
doorzending, verspreiding of enige andere vorm van
terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband
brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van
gegevens (artikel 1 aanhef en onder b WBP).
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
8
4 Omschrijving van de sector
4.1 De sector particuliere onderzoeksbureaus
De sector particuliere onderzoeksbureaus in de zin van deze gedragscode bestaat uit organisaties
die als recherchebureau in de zin van art. 1 lid 1 onder f van de Wpbr worden aangemerkt èn die
lid zijn van de VPB. Zij verrichten in opdracht recherchewerkzaamheden in de zin van artikel 1
lid 1 onder e van de Wpbr. Het uitvoeren van recherchewerkzaamheden bestaat veelal uit
feitenonderzoek. Als ‘verlengstuk van de opdrachtgever’ verwerkt een particulier onderzoeksbureau
onder eigen verantwoordelijkheid en op onpartijdige basis persoonsgegevens.
Een niet limitatieve opsomming van recherchewerkzaamheden waarbij persoonsgegevens
worden verwerkt zijn:
· Het onderzoeken van handelingen in strijd met concurrentiebedingen, relatiebedingen,
geheimhoudingbepalingen;
· het onderzoeken van gedragingen in strijd met ziekteverzuimbepalingen en/of andere vormen
van werkverzuim;
· het uitvoeren van handelingen in het kader van achtergrondonderzoeken
(backgroundscreening);
· het traceren van vermiste personen en/of goederen en/of debiteuren;
· het verzamelen van gegevens die van belang zijn voor degene die alimentatieplichtig is;
 
· het onderzoeken van allerlei soorten van fraude (zoals verzekeringsbedrog, declaratiefraude,
oplichting en corruptie) en
· het onderzoeken van laakbare handelingen door werknemers in de arbeidsverhouding (zoals
diefstal, verduistering, misbruik van bedrijfsmiddelen en -faciliteiten, onbevoegd uitoefenen
van nevenfuncties en handelen of nalaten in strijd met gedragscodes of contractuele
verplichtingen).
De gegevens die een particulier onderzoeksbureau verkrijgt in verband met het aanvaarden van
een onderzoeksopdracht worden verwerkt in een onderzoeksdossier. Hierin worden onder andere
opgeslagen:
· Karakteristieken van de onderzoeksopdracht;
· een omschrijving van het te onderzoeken voorval respectievelijk de te onderzoeken feiten
en/of de te onderzoeken persoon;
· de persoonlijke gegevens van degenen die bij het voorval of de feiten zijn of kunnen zijn
betrokken;
· de onderzoeksmaatregelen die naar aanleiding van de opdracht zijn genomen;
· de redenen waarom voor een bepaalde onderzoeksmethode of -middel is gekozen;
· de bevindingen van het onderzoek;
· de op het onderzochte voorval betrekking hebbende gegevensdragers - voorzover niet
aan de opdrachtgever gegeven c.q. teruggegeven - waaronder foto’s, video- en
geluidsbanden en NAW-gegevens van personen die gelieerd zijn aan de onderzochte
persoon zoals opdrachtgevers, advocaten, partners en getuigen.
Na analyse van de gegevens wordt ten behoeve van de opdrachtgever een onderzoeksrapport
opgesteld.
Het onderzoeksrapport wordt schriftelijk (en onder vermelding van ‘persoonlijk’ en/of
‘vertrouwelijk’) aan de opdrachtgever verstrekt, tenzij anders is/wordt overeengekomen. Er
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
9
worden in de regel geen onderzoeksrapporten uitgebracht, voordat alle onderzoekswerkzaamheden
zijn afgerond. Dit om te voorkomen dat aan het voorlopige onderzoeksrapport
een andere betekenis wordt toegekend dan aan het eindrapport. Het onderzoeksdossier (waar een
afschrift van het onderzoeksrapport deel van uitmaakt) wordt door het particulier
onderzoeksbureau bewaard voor het geval de opdrachtgever of anderen (bijvoorbeeld de justitiële
autoriteiten of de rechterlijke macht) na verloop van tijd nog een beroep doen op de in het dossier
opgenomen gegevens.
4.2 Opdrachtgevers van de sector particuliere onderzoeksbureaus
De sector particuliere onderzoeksbureaus verricht vanuit een eigen commercieel belang
recherchewerkzaamheden voor verschillende soorten opdrachtgevers. Daarbij valt te denken aan
verzekeraars, privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen (al dan niet in de
hoedanigheid van werkgever) en aan particulieren. Voor wat betreft de mogelijkheden om
onderzoek te doen treedt een particulier onderzoeksbureau op als verlengstuk van de
opdrachtgever en gebruikt in feite die onderzoeksmogelijkheden waarover de opdrachtgever
beschikt. Hieronder wordt beschreven waarom opdrachtgevers een gerechtvaardigd belang
kunnen hebben om recherchewerkzaamheden te laten uitvoeren door de sector particuliere
onderzoeksbureaus.
In veel organisaties (ondernemingen en overheidsinstellingen) worden ordevoorschriften, -regels
en/of gedragsregels gegeven, waar personeelsleden, personeel van derden en bezoekers zich aan
dienen te houden. Daarbij kan gedacht worden aan regels voor het gebruik van e-mail, internet,
interne voorschriften over vergoedingen en de wijze van declareren, voorschriften over
ziekteverzuim, nevenfuncties, anti-concurrentiebepalingen en voorschriften over het buiten de
organisatie brengen van bedrijfseigendommen. Voor personeelsleden vloeit de bevoegdheid van
de werkgever om ordevoorschriften te geven bijvoorbeeld voort uit artikel 7:660 van het
Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW).
Voor bezoekers van niet-openbare plaatsen vloeit de bevoegdheid van de rechthebbende om
regels te stellen bijvoorbeeld voort uit het eigendomsrecht van artikel 5:1 van het BW. Het
eigendomsrecht impliceert de bevoegdheid van de rechthebbende tot het maken van afspraken
met anderen over de voorwaarden tot het betreden van deze niet-openbare plaatsen.
In het verlengde van regelstelling ligt de bevoegdheid en soms de verplichting van de werkgever
respectievelijk de rechthebbende om te controleren of de regels worden nageleefd. In geval van
een vermoeden dat iemand de voorschriften niet naleeft en arbeidsrechtelijke of andere
civielrechtelijke maatregelen geboden zijn, is feitenonderzoek vereist als basis voor een door de
werkgever respectievelijk rechthebbende te nemen beslissing. Dit kan onderzoek in de
geautomatiseerde voorzieningen van het bedrijf zijn, maar ook het interviewen van personen of
het onderzoeken van het berichtenverkeer middels telecommunicatiemiddelen die door of
namens de ondernemer beschikbaar zijn gesteld aan het (ingehuurde) personeel.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
10
In toenemende mate worden binnen organisaties over deze vormen van werkgeverstoezicht
afspraken gemaakt met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. In een aantal
gevallen is het instemmingsrecht van de ondernemingsraad vereist op grond van artikel 27 van de
Wet op de ondernemingsraden. Hoewel de ondernemer respectievelijk de rechthebbende dit
onderzoek zelf in beginsel kan uitvoeren, wordt de sector particuliere onderzoeksbureaus in
toenemende mate ingeschakeld om dit soort feitenonderzoek te doen.
Een andere rechtvaardiging om onderzoek in te (doen) stellen naar vermeende
onregelmatigheden vormen de klokkenluiderregelingen. Zowel binnen de overheid als binnen het
bedrijfsleven worden in toenemende mate – al dan niet verplicht door wetgeving -
klokkenluiderregelingen ingevoerd, opdat werknemers beschermd worden als zij op
vertrouwelijke wijze misstanden aan de orde willen stellen. Een melding noopt veelal tot het
instellen van onderzoek om vast te stellen of de aantijgingen juist zijn.
Ook bij verzekeringsmaatschappijen is er sprake van een contractuele verhouding tussen de
verzekeraar en de verzekerde. Beiden zijn gehouden zich te houden aan de verzekeringsovereenkomst
en de overige eisen die de wet aan de verzekering en de bij de verzekering
betrokken partijen stelt. In geval van het vermoeden van onregelmatigheden (bij het aangaan van
de verzekeringsovereenkomst of bij het indienen van claims) van de zijde van de verzekerde of
een derde heeft de verzekeraar binnen zekere grenzen de bevoegdheid om onderzoek te doen naar
het handelen of nalaten van de bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst betrokken
personen. Ook verzekeraars maken in toenemende mate gebruik van de expertise van de sector
particuliere onderzoeksbureaus.
Tenslotte wordt de sector particuliere onderzoeksbureaus ingeschakeld door (rechts)personen die
slachtoffer (menen te) zijn van een strafbaar feit en op grond van artikel 161 van het Wetboek
van Strafvordering (hierna te noemen: WvSv) bevoegd zijn om daarvan aangifte te doen bij een
opsporingsambtenaar. Het is gewenst dat zo’n aangifte goed gedocumenteerd is. Hoewel de
aangever zelf bevoegd is om personen te interviewen, onderzoek op de plaats van het misdrijf in
te stellen, is er een categorie aangevers die dit (voor)onderzoek en het daadwerkelijk doen van
aangifte om redenen van efficiency en effectiviteit overlaat aan de sector particuliere
onderzoeksbureaus.
4.3 Opdrachten- c.q. voorvallenregistratie en de toepasselijkheid van de WBP
Bij een groot aantal particuliere onderzoeksbureaus zijn de onderzoeksdossiers een integraal
onderdeel van een geautomatiseerde opdrachten- c.q. voorvallenregistratie met zoek- en
combinatiemogelijkheden. Op een dergelijk geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking
van onderzoeksopdrachten is de WBP van toepassing.
Er zijn ook particuliere onderzoeksbureaus die niet over een dergelijke geautomatiseerde
opdrachten- c.q. voorvallenregistratie beschikken. Onderzoeksdossiers worden dan doorgaans
alfabetisch of anderszins opgeslagen, maar vaak wel zodanig dat de in de onderzoeksdossiers
opgenomen persoonsgegevens volgens bepaalde criteria toegankelijk zijn. Volgens de WBP is
dan sprake van een “bestand” en van een opdrachten- c.q. voorvallenregistratie als bedoeld in
deze gedragscode.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
11
Ook indien een bescheiden kaartsysteem of een geautomatiseerd systeem verwijst naar de
verschillende dossiers, de opgenomen personen of de vindplaats, is er sprake van een bestand en
is de WBP ook van toepassing. Ook deze vorm van vastlegging is een opdrachten- c.q.
voorvallenregistratie als bedoeld in deze gedragscode.
Een particulier onderzoeksbureau is verplicht de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie aan te
melden bij het CBP. Op basis van de aanmelding stelt het CBP een voorafgaand onderzoek in ter
bepaling of een nader onderzoek ex artikel 32 lid 3 WBP moet worden ingesteld. Indien het CBP
daartoe besluit, betekent dit dat een particulier onderzoeksbureau pas een aanvang mag nemen
met de verwerking van persoonsgegevens nadat het CBP een verklaring omtrent rechtmatigheid
heeft afgegeven ex artikel 32 lid 5 van de WBP, dan wel heeft aangegeven dat niet tot een nader
onderzoek zal worden overgegaan. Indien melding gedaan is bij het CBP is dit raadpleegbaar op
de website van het CBP in het register meldingen (www.cbpweb.nl).
De opdrachten- c.q. voorvallenregistratie wordt niet alleen gebruikt voor de verwerking van
onderzoeksrapporten. De opdrachten- c.q. voorvallenregistratie wordt veelal ook gebruikt als
toetsbron bij achtergrondonderzoeken, bijvoorbeeld in het kader van pre employmentonderzoeken.
Het gebruik van de gegevens uit de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie bij
achtergrondonderzoeken is aan strikte voorwaarden gebonden (zie hiervoor paragraaf 5.4). Ook
bij nieuwe aangemelde onderzoeken wordt (veelal) getoetst of de onderzochte perso(o)n(en)
reeds eerder subject van onderzoek is/zijn geweest.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
12
5 Algemene principes van gegevensverwerking
5.1 In overeenstemming met de wet (uitwerking artikel 6 WBP)
Wettelijk kader
Artikel 6 van de WBP bepaalt dat persoonsgegevens alleen worden verwerkt in overeenstemming
met de wet en op behoorlijke en zorgvuldige wijze.
Sectornormering
1. De sector particuliere onderzoeksbureaus onthoudt zich van het onrechtmatig vergaren van
persoonsgegevens;
2. bij de methoden van gegevensvergaring (onderzoeksmethoden en –middelen) worden de
bepalingen van hoofdstuk 7 van deze gedragscode in acht genomen;
3. de onderzoekshandelingen die zijn uitgevoerd worden zodanig vastgelegd, dat in het kader
van (gerechtelijke) procedures een zelfstandig oordeel kan worden gevormd over de
rechtmatigheid van de verkrijging van persoonsgegevens aan de hand van deze vastlegging;
4. persoonsgegevens die in strijd met artikel 6 van de WBP verkregen zijn mogen niet worden
opgenomen in de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie.
Toelichting:
Voor particuliere onderzoeksbureaus betekent de norm van artikel 6 van de WBP dat zij geen
gegevens mogen verwerken, indien zij deze gegevens verkregen hebben door middel van illegale
onderzoeksmethoden en –middelen. Zo zijn in het Wetboek van Strafrecht (hierna te noemen:
WvSr) bepalingen opgenomen die het onopgemerkt afluisteren en opnemen van gesprekken of het
onopgemerkt maken van afbeeldingen verbieden (zie de artikelen 139a – 139f WvSr). De norm
heeft betrekking op het eigen handelen of nalaten van een particulier onderzoeksbureau. Het mag
niet zelf verwijtbaar betrokken zijn bij onrechtmatige gegevensvergaring.
Indien een derde gegevens (bewijsmateriaal) aan een particulier onderzoeker overhandigt, dat
door deze derde op onrechtmatige wijze is verkregen, hoeft dat derhalve niet te betekenen dat
deze gegevens niet door het particulier onderzoeksbureau mogen worden verwerkt. Dit is echter
anders indien deze derde met medeweten of op aandringen van het particulier onderzoeksbureau
bij de gegevens- c.q. bewijsvergaring onrechtmatig heeft gehandeld, (bijvoorbeeld door op
verzoek van het particulier onderzoeksbureau gegevens te verstrekken in strijd met een wettelijke
geheimhoudingsbepaling). Een deugdelijke vastlegging van de wijze waarop gegevens zijn
verkregen en van wie is derhalve van belang (zie hiervoor paragraaf 7.9).
5.2 Doeleinden van verwerking van persoonsgegevens (uitwerking artikel 7 WBP)
Wettelijk kader
Artikel 7 van de WBP bepaalt dat persoonsgegevens voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven
en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
13
Sectornormering
Aanmelding opdrachten- en voorvallenregistratie bij het CBP:
In het kader van de aanmelding van de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie bij het CBP door de
sector particuliere onderzoeksbureaus ex artikel 27 van de WBP wordt als doel van de
verwerking van persoonsgegevens aangegeven dat de verwerking van persoonsgegevens
plaatsvindt in het kader van een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering en dat deze in het
bijzonder gericht is op de volgende activiteiten:
a) Het vastleggen van de resultaten van recherchewerkzaamheden die op verzoek van (de)
opdrachtgever(s) word(t)(en) ingesteld en het rapporteren van de bevindingen van de
onderzoeksopdracht aan (de) opdrachtgever(s);
b) het bevragen van de gegevens die op grond van de onder a genoemde activiteit zijn
vastgelegd met het oog op onderzoeksopdrachten tot het uitvoeren van achtergrondonderzoeken,
alsmede bij de aanvaarding van nieuwe opdrachten;
c) het (doen) verrichten van analyses van niet op personen herleidbare gegevens voor
statistische en/of wetenschappelijke doeleinden en
d) het doen van aangifte van een vermoeden van een gepleegd strafbaar feit bij een
opsporingsambtenaar.
Vaststellen doeleinden bij aanvaarding van (nieuwe) opdrachten:
Bij het aanvaarden van (nieuwe) opdrachten wordt allereerst beoordeeld of de wens van de
opdrachtgever overeenstemt met het doel van de verwerking zoals die bij het CBP is gemeld.
Vervolgens wordt het concrete doel van de onderzoeksopdracht zo nauwkeurig mogelijk in de
schriftelijke opdrachtbevestiging tussen het particulier onderzoeksbureau en de opdrachtgever
vastgelegd. Een nauwkeurige omschrijving van de onderzoeksopdracht draagt bij aan de
controleerbaarheid achteraf van de rechtmatigheid van gegevensverwerkingen. Een afschrift
daarvan wordt bewaard in het onderzoeksdossier. Ook wijzigingen in de onderzoeksopdracht of
aanvullingen daarop die plaatsvinden in de loop van het onderzoek worden schriftelijk bevestigd
aan de opdrachtgever en bewaard in het onderzoeksdossier.
Toelichting:
Het aanmelden van de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie door een particulier
onderzoeksbureau bij het CBP vereist, dat een doel wordt aangegeven voor het verwerken van
persoonsgegevens. Aangezien een particulier onderzoeksbureau op commerciële basis voor
derden werkt, zal bij de bedrijfsvoering een hoge mate van efficiency en effectiviteit nagestreefd
worden. Alle activiteiten die van belang zijn voor een particulier onderzoeksbureau om de relatie
met de opdrachtgever te kunnen aangaan en onderhouden komen derhalve in de algemene
doelstelling tot uitdrukking. Deze activiteiten vormen een samenhangend geheel. Slechts indien
deze activiteiten in samenhang worden uitgevoerd is het mogelijk dat de bedrijfsvoering op een
efficiënte en effectieve wijze verloopt. Indien een particulier onderzoeksbureau niet alle
activiteiten uitvoert – het verricht bijvoorbeeld geen achtergrondonderzoeken - kan het ervoor
kiezen om deze activiteit niet te noemen bij de aanmelding.
Voor tal van andere bepalingen in deze gedragscode, zoals de bewaarduur van gegevens
(paragraaf 5.5), het verdere gebruik van de verzamelde persoonsgegevens (paragraaf 5.4) en de
bepaling dat niet meer gegevens worden verzameld dan voor het doel waarvoor zij verzameld
vereist is (paragraaf 5.6), geldt deze aangemelde doelstelling als toetsingsmaatstaf.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
14
De daadwerkelijke verwerking van persoonsgegevens in het kader van de diverse activiteiten
moet in concreto telkens worden getoetst aan de algemene en bijzondere beginselen van de
verwerking van persoonsgegevens, zoals deze in de gedragscode zijn uitgewerkt. Zo dient een
particulier onderzoeksbureau respectievelijk particulier onderzoeker in een concrete onderzoekssituatie
een wettige grondslag te hebben om persoonsgegevens te kunnen verwerken. Deze
wettige grondslagen worden genoemd in artikel 8 WBP (zie paragraaf 5.3). De in dit artikel
genoemde grondslagen vereisen telkens een op proportionaliteit en subsidiariteit gebaseerde
afweging, alvorens tot gegevensverwerking wordt overgegaan.
Om vorm en inhoud te kunnen geven aan de algemene en bijzondere beginselen van
gegevensverwerking is vereist dat van meet af aan objectief vaststaat wat de specifieke opdracht
is waarvoor een particulier onderzoeksbureau is ingeschakeld. Om die reden is in de
sectornormering bepaald dat het concrete doel van de onderzoeksopdracht (de wens van de
opdrachtgever) zo nauwkeurig mogelijk in de opdrachtbevestiging tussen het particulier
onderzoeksbureau en de opdrachtgever wordt vastgelegd.
Nadere toelichting op de aangemelde activiteiten van een particulier onderzoeksbureau:
De primaire activiteit (sub a) is het vastleggen van de resultaten van onderzoeken die op verzoek
van een opdrachtgever zijn of worden ingesteld. Particuliere onderzoeksbureaus worden
ingeschakeld door opdrachtgevers die wensen dat een bepaald voorval of een bepaalde persoon
wordt onderzocht of omdat er sprake is van een gedraging van iemand, waarbij ten nadele van
de opdrachtgever(s) of een derde op enigerlei wijze schade is toegebracht of schade zou kunnen
worden toegebracht. Het rechercheonderzoek heeft als doel gegevens te vergaren en te
analyseren opdat de opdrachtgever de bevindingen kan gebruiken voor het nemen van
beslissingen of voor het verkrijgen van een rechterlijke beslissing (waarbij de rechter
bijvoorbeeld vaststelt dat iemand onrechtmatig heeft gehandeld). Bij het nemen van beslissingen
kan gedacht worden aan beslissingen tot het beëindigen van een arbeidsovereenkomst van een
personeelslid wegens onregelmatigheden of een beslissing tot het niet uitkeren van een schadeuitkering
omdat de verzekerde verwijtbaar betrokken was bij het schadeveroorzakende voorval
(bijvoorbeeld bij een brand). Voor een niet-limitatieve opsomming van recherchewerkzaamheden
wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van deze gedragscode.
De onder b genoemde activiteit wordt uitgevoerd in het kader van achtergrondonderzoeken. Dit
wordt toegelicht aan de hand van pre employmentonderzoeken. Aan een groot aantal functies
worden bijzondere eisen gesteld aan de integriteit en de verantwoordelijkheid van een sollicitant.
Behalve het verifiëren van de door de sollicitant verstrekte gegevens, kan het onderzoek in het
kader van pre employmentonderzoek ook bestaan uit het raadplegen van de eigen opdrachtenc.
q. voorvallenregistratie of die van andere particuliere onderzoeksbureaus, teneinde vast te
stellen of de sollicitant in het verleden als onderzochte persoon betrokken is geweest bij een
particulier rechercheonderzoek. In dat geval kunnen antecedenten aan de opdrachtgever
verstrekt worden. Er bestaat verwantschap tussen opdrachten waarbij de betrokkenheid van
iemand bij een onregelmatigheid wordt onderzocht en opdrachten waarbij gevraagd wordt om
vast te stellen of er ten aanzien van iemand betrouwbaarheidrisico’s zijn waar de opdrachtgever
of een derde bij te nemen beslissingen rekening mee dient te houden. Het toetsbaar maken van de
persoonsgegevens uit de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie voor de onder b genoemde
activiteit is slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. De voorwaarden zijn uitgewerkt in
paragraaf 5.4 van deze gedragscode.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
15
De onder b vermelde activiteit legt tevens vast dat de opdrachten- c.q. voorvallenregistratie
geraadpleegd kan worden bij de aanvaarding van nieuwe opdrachten. Het komt regelmatig voor
dat het menselijk geheugen van de particulier onderzoeker geprikkeld wordt bij het horen van
bijvoorbeeld een naam, een straat of een firmanaam. In dit soort gevallen wordt de opdrachtenc.
q. voorvallenregistratie geraadpleegd omdat eerdere voorvallen en/of de onderzoekshouding
van een onderzochte persoon relevant kunnen zijn bij het onderzoeken van een nieuwe
gedraging. Het expliciet opnemen van de raadpleegmogelijkheid is eveneens gewenst in verband
met de voortschrijdende automatisering van de bedrijfsprocessen en daarmee de digitale
vastlegging van gegevens. Zodra de gebruiker de zoekfunctie activeert, wordt automatisch het
archiefbestand geraadpleegd en worden de dossiers, waarin deze naam verwerkt is,
weergegeven. Ook nu is relevant dat de particulier onderzoeker kennis draagt van eerdere
onderzoeken tegen de onderzochte persoon. De vaststelling dat de onderzochte persoon al eerder
subject was van particulier onderzoek, betekent niet dat deze wetenschap ook aan de
opdrachtgever gerapporteerd moet worden. Het verstrekken van deze gegevens is beperkt tot
achtergrondonderzoeken en mag alleen onder strikte voorwaarden, die genoemd zijn in
paragraaf 5.4.
De activiteit onder d brengt tot uitdrukking dat het particulier onderzoeksbureau in voorkomende
gevallen namens de opdrachtgever aangifte doet bij justitiële autoriteiten en in dat geval ook
gegevens uit de opdrachten c.q. voorvallenregistratie verstrekt.
5.3 Grondslag voor de gegevensverwerking (uitwerking artikel 8 WBP)
Wettelijk kader
Een gegevensverwerking is slechts gerechtvaardigd indien één van de in artikel 8 WBP
genoemde verwerkingsgrondslagen van toepassing is.
Voor de sector particuliere onderzoeksbureaus zijn de volgende verwerkingsgrondslagen het
meest relevant:
a) De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de behartiging van het gerechtvaardigde
belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt,
tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de onderzochte persoon, in
het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert (artikel
8 aanhef en onder f WBP);
b) De onderzochte persoon heeft voor de verwerking zijn uitdrukkelijke toestemming
gegeven (artikel 8 aanhef en onder a WBP);
c) de gegevensverwerking is noodzakelijk om een wettelijke verplichting na te komen
waaraan de verantwoordelijke onderworpen is (artikel 8 aanhef en onder c WBP);
d) de gegevensverwerking is noodzakelijk ter vrijwaring van een vitaal belang van de
onderzochte persoon (artikel 8 aanhef en onder d WBP);
Sectornormering
1. Voordat een particulier onderzoeksbureau een opdracht aanvaart en schriftelijk aan de
opdrachtgever bevestigt, dient het particulier onderzoeksbureau vast te stellen dat de (aard
van de) opdracht gerechtvaardigd is. De opdracht wordt geweigerd indien dat niet het geval
is.
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
16
2. Bij de uitvoering van de opdracht toetst de particulier onderzoeker of de voorgenomen
activiteit(en) (in het kader van deze normering “gegevensverwerking” genoemd) verenigbaar
is/zijn met de opdrachtformulering zoals deze tussen het particulier onderzoeksbureau en de
opdrachtgever schriftelijk is vastgelegd.
3. Bij de verwerkingsgrondslagen onder a, c en d houdt de particulier onderzoeker rekening met
de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in
dat de inbreuk op de belangen van de onderzochte persoon niet onevenredig mag zijn in
verhouding tot het met de verwerking te dienen doel. Als gevolg van het
subsidiariteitsbeginsel moet bezien worden of het doel waarvoor de persoonsgegevens
worden verwerkt in redelijkheid niet op een andere, voor de onderzochte persoon minder
nadelige wijze kan worden bereikt.
Toelichting:
De verwerkingsgrondslag onder a is van toepassing op alle soorten van onderzoeken waarvoor
een particulier onderzoeksbureau wordt ingeschakeld. Om te waarborgen dat de rechten en
vrijheden van de onderzochte persoon gerespecteerd worden, moet aan een aantal voorwaarden
worden voldaan. Allereerst moet de opdrachtgever zelf een gerechtvaardigd belang hebben om
onderzoek te doen instellen naar (gedragingen van) iemand of de achtergrond van een persoon.
Voor de opdrachtaanvaarding dient het particulier onderzoeksbureau zich af te vragen of het
belang van de opdrachtgever gerechtvaardigd is. Indien een werkgever bijvoorbeeld bij
herhaling bestolen wordt door zijn personeel, heeft hij een gerechtvaardigd belang om te
achterhalen wie zijn vertrouwen geschonden heeft. Als het doel van de opdrachtgever het
opsporen van een persoon is en uit de (eerste) contacten tussen het particulier onderzoeksbureau
en opdrachtgever blijkt dat het achterliggende doel mogelijk of zeker een bedreiging van de
veiligheid van de onderzochte persoon is (bijvoorbeeld ontvoering) moet de opdracht worden
geweigerd. Als aan de voorwaarde van een gerechtvaardigd belang voldaan wordt, kan de
opdracht aanvaard worden, mits de opdracht en het doel van het onderzoek zo concreet mogelijk
worden vastgelegd (zie paragraaf 5.2).
In de wijze waarop de werkgever respectievelijk het particulier onderzoeksbureau in staat
gesteld wordt om te achterhalen wie de dader is, zijn echter beperkingen gesteld. Zo verbiedt het
Wetboek van Strafrecht dat personen met camera’s worden geobserveerd als dit vooraf niet
kenbaar is gemaakt, tenzij degene die de opnamen vervaardigt een goede reden heeft om dit
heimelijk te doen. Een opdracht aan een particulier onderzoeksbureau om op incidentele basis
een verborgen camera te plaatsen kan derhalve gerechtvaardigd zijn als die goede reden
aanwezig is (zie verder paragraaf 7.5).
Bij de daadwerkelijke uitvoering van de opdracht moet een particulier onderzoeker telkens een
afweging maken: hoe verhoudt zich het belang van de opdrachtgever tot het belang of de
fundamentele rechten en vrijheden van de onderzochte persoon, in het bijzonder het recht op
bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze belangenafweging kan betekenen dat de
particulier onderzoeker om redenen van proportionaliteit en subsidiariteit afziet van een op zich
voor de hand liggende onderzoekshandeling. In het voorbeeld van het plaatsen van een
verborgen camera bij werknemers

Rely